
Journalist Hugo Borst maakt zich grote zorgen over de huidige gang van zaken in het Nederlandse voetbal, mede naar aanleiding van gebeurtenissen rond Feyenoord. In zijn analyse stelt hij dat de omgang met scheidsrechters en de rol van emoties volledig uit de hand is gelopen.
Een concreet voorbeeld ziet hij in het gedrag van trainer Robin van Persie tijdens en na de wedstrijd tegen NEC. De discussie rondom een niet gegeven rode kaart kreeg volgens Borst buitensporig veel aandacht, terwijl de rest van de wedstrijd naar de achtergrond verdween.
Borst wijst op een bredere trend waarin trainers en spelers steeds vaker en feller reageren op arbitrale beslissingen. Volgens hem is het klagen, protesteren en beïnvloeden van scheidsrechters bijna een standaard onderdeel van het spel geworden. Dat gaat ten koste van de sportiviteit en het respect voor de arbitrage.
Hij neemt ook zichzelf deels in bescherming, door toe te geven dat kritiek op scheidsrechters niet nieuw is. Toch stelt hij dat de huidige situatie een grens heeft overschreden. In zijn ogen is er sprake van een structureel probleem waarbij emoties de overhand nemen en de focus verschuift van het spel naar randzaken.
Als mogelijke oplossing wijst Borst naar sporten zoals rugby, waar de scheidsrechter absolute autoriteit heeft en nauwelijks wordt tegengesproken. Hij pleit voor een cultuurverandering binnen het voetbal, waarin meer respect en acceptatie van beslissingen centraal staan.
De conclusie van Borst is duidelijk en scherp: het voetbal kampt met een diepgeworteld probleem dat niet eenvoudig op te lossen is. Zonder ingrijpende veranderingen dreigt deze ontwikkeling zich verder voort te zetten, met alle gevolgen van dien voor het imago en de beleving van de sport.